KERST
In de dagen van Keizer Constantijn de Grote werd de
viering van de geboorte van Jezus op een voorname plaats
van de feestkalender van de kerk gezet. Daarvoor was het
geboorteverhaal natuurlijk wel bekend, maar er werd geen
bijzondere belangstelling voor getoond in het jaarrooster
van de eredienst.
Pas toen het nodig werd de menselijke natuur
van Jezus te onderstrepen, kwam het geboortefeest op de
feestkalender van de kerk.
De
datum voor dat feest werd gekoppeld aan allerlei
lichtfeesten die rond midwinter werden gevierd.
Eén van de vele aanduidingen voor Jezus is
immers: Licht der wereld. Denk ook
aan liederen als: Nu daagt het in het Oosten, het
Licht schijnt overal.Na Kerst worden de dagen
langer, keert het licht terug en zo wordt het
bijbelverhaal verbonden met de gang van de natuur. |
|
De datum voor het geboortefeest werd
vastgesteld op 25 december. Dat etmaal begon volgens de
in het Oosten geldende tijdsrekening met zonsondergang op
de voorafgaande avond. Vergelijk het scheppingsverhaal in
Genesis 1, waar telkens staat: Het was avond geweest en
het was morgen geweest: één dag.
De dienst in de Kerstnacht is dus geen voorafje van het
eigenlijke Kerstfeest. In de Kerstnacht vindt de viering
van de geboorte van Jezus plaats. De dienst op
Kerstmorgen is daarvan het vervolg.
De volgende dag 26 december was al, vóór
het geboortefeest een voorname plaats op de feestkalender
kreeg, een feestdag voor de kerk. Het was de vierdag voor
de heilige Stefanus, over wie in Handelingen 6 en 7
verteld wordt.
28 december was de gedenkdag voor de Onnozele kinderen,
de kinderen van Bethlehem.
1 januari is de achtste dag van de geboorte van Jezus, de
dag waarop hij volgens Lucas 2: 21 zijn
naam kreeg.
6 januari is de dag waarop aan zijn verschijnen
Epifanie aandacht gegeven wordt.
Door deze late plaatsing op de feestkalender is de
betekenis van het geboortefeest vooral het gedenken van
de geboorte van Hem die ons al bekend is als de
gekruisigde en opgestane Heer. Niet de tijdsvolgorde is
belangrijk, maar veel meer de samenhang van de
belangrijke gebeurtenissen. Eerst vieren we Pasen en
Pinksteren en later in het jaar vieren wij de geboorte
van hem die wij van Pasen en Pinksteren kennen.
Een mooie uitwerking hiervan vinden wij in een oud
Adventslied, Gezang 116:
Te
Bethlehem geboren
als kindje in een stal,
geeft zich voor ons verloren
de Heiland van 't heelal.
En wie in groot verblijden
dit kindje kussen wil,
moet vooraf met Hem lijden
zijn kruis, om zijnentwil,
en daarna met Hem sterven,
om met Hem op te staan
en 't leven te verwerven,
gelijk Hij heeft gedaan. |
|
Een van de meest vertrouwde gewoontes van het Kerstfeest
is de Kerstboom. Het gaat altijd om een variant van de
sparrenboom. Maar omdat het Duitse woord voor sparrenboom
Tannenbaum is (O Tannenbaum, o Tannenbaum) en wij dat
liedje foutief vertaalden met O Dennenboom, o Dennenboom,
is bij ons ingeburgerd dat de Kerstboom een dennenboom is.
Een gewoonte die wij volgens mij zouden
moeten bestrijden is het opdringen van de Kerstman. Dat
is een uit de engels sprekende wereld overgewaaide figuur,
die de aandacht voor waar het met Kerstmis werkelijk om
gaat eerder afleidt dan vergroot.
Er is niets mis met de gezelligheid en de huiselijkheid
die doorgaans verbonden is met Kerstmis, zolang wij de
gezelligheid en die huiselijkheid niet verwarren met waar
het met Kerst om gaat.
|