....is de naam van deze nieuwe site, waar uitleg wordt geven over verschillende onderwerpen in de bijbel.
Het is niet meer vanzelfsprekend dat iedereen kennis van de bijbel en de christelijke feesten heeft. Daarom vindt je op onze site regelmatig informatie over een bepaald thema.



In deze 40-dagentijd een uitleg hierover.
Voor alle eerder verschenen onderwerpen (o.a. Calvijn, Fanciscus van Assisi, Advent, Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren:
klik hier.

..................................................................

Uw reactie´s op deze onderwerpen zijn van harte welkom!
De taakgroep Leren is bijzonder geinteresseerd in uw mening over deze mini-cursus bijbelkennis.
Reageren kan via kerk@harfsen.nl


 

 

HEMELVAART


Op donderdag de veertigste dag na Pasen vieren we de hemelvaart van Jezus Christus. Het is de veertigste dag na zijn opstanding uit het graf en tien dagen voor Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest).

Zoals er veertig dagen zitten tussen Aswoensdag en Pasen – de zondagen niet meegerekend, zo zitten er ook veertig dagen tussen Jezus' herrijzenis met Pasen en Hemelvaartsdag, toen hij zich volgens de bijbel voor het laatst aan zijn volgelingen toonde. Ná Pasen tellen de zondagen wel gewoon mee.
Tot de vierde eeuw na Christus was Hemelvaart geen apart feest. De herdenking van de hemelvaart van Christus naar zijn vader in de hemel was slechts een van de onderdelen van het Pinksterfeest, de vijftigste dag van de Paaskring. Hemelvaart werd dus gevierd op de vijftigste dag in plaats van de veertigste dag van Pasen.




In de vijfde eeuw werd Hemelvaartsdag een apart feest. In de middeleeuwen ontwikkelde het feest zich tot het afsluitende feest van de paasperiode.
Pasen (Jezus' verrijzenis), Hemelvaart (Jezus' verheffing aan Gods rechterhand) en Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest) vormen een fundamentele eenheid. Verrijzenis, hemelvaart en zending van de Geest drukken een en hetzelfde heilsgebeuren uit.
Om te voorkomen dat de kerk zou blijven “hangen” bij het Pinksterfeest en de uitstorting van de Heilige Geest, werd de eerste zondag ná Pinksteren de zondag van de Drie-eenheid: zondag Trinitatis.
Jezus' leerlingen geloofden dat Jezus bij God was, gezeten aan Zijn rechterhand. In het toenmalige wereldbeeld was de hemel, de woning van God, boven de aarde. Als zij dus hun geloof dat Jezus bij God was wilden uitdrukken, dan moest Jezus naar 'boven'. Dit kon men zich niet anders voorstellen dan dat Hij door een wolk (in verschillende verhalen van het Oude Testament het symbool van Gods aanwezigheid) omhoog geheven werd.
In het evangelie van Mattheüs wordt gesproken over de verheerlijking van Jezus, terwijl in het evangelie volgens Marcus, Lucas en Johannes er sprake is van Jezus' hemelvaart (of beter: zijn opneming ten hemel). Onderstaand fragment komt uit Handelingen 1:1-13 en is verantwoordelijk voor de huidige viering van Hemelvaartsdag:

“Na zijn [Jezus] lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen [de apostelen] over het koninkrijk van God. Toen [...] werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: "Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan." Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem.”

 

 

Het visiedocument van onze kerk in Harfsen is opgesteld met het verhaal van hemelvaart als uitgangspunt. De bijbehorende afbeelding laat zien dat Jezus na zijn verheffing voetsporen achterlaat, waarin wij onze eigen voeten kunnen zetten en om verder te gaan waar de weg van Jezus op aarde was geëindigd. De volledige tekst van dit visie-dokument is ook op deze site na te lezen bij VISIE.



PINKSTEREN

 

Bijbelse achtergrond van Pinksteren

Het Pinksterverhaal wordt beschreven in het Nieuwe Testament, De Handelingen der Apostelen.2:1-6.Wanneer de apostelen tijdens Sjavoeot (Wekenfeest) in een huis bijeen zijn, horen ze plotseling een geluid van een grote windvlaag en verschijnen er een soort vlammen die zich boven de hoofden van de aanwezigen verspreiden. De gelovigen worden met de Heilige Geest vervuld en beginnen buiten het huis op luide toon het evangelie in allerlei vreemde talen te verkondigen met als gevolg dat er een grote massa mensen afkomstig uit allerlei windstreken op hen afkomt. De apostel Petrus neemt vervolgens het woord en houdt een toespraak waarna er ongeveer drieduizend mensen zich bij hen aansluiten.


Lucas, de auteur van de Handelingen, lijkt het pinkstergebeuren te interpreteren als een nieuw Sinaïgebeuren, want ook in het Oude Testament greep God in via wind, storm, gedruis, vuur, donder en bliksem (Ex. 19). In de Handelingen is het niet anders. God grijpt opnieuw in om zijn volk te verzamelen, nu niet meer door de gave van de Wet, de tien geboden, maar door de gave van zijn geest. En uit deze gave wordt de kerk geboren.



Op Pinksteren verspreidden zich tongen als van vuur over de apostelen. Deze begonnen daarop alle volken in hun eigen taal toe te spreken.
Het betekende het begin van de verbreiding van het christendom.

 


Vroegere generaties zijn er niet voor teruggedeinsd de uitstorting van de Heilige Geest bijvoorbeeld in de kerk uit te beelden door het neerlaten van een duif. Het gebruik stamt reeds uit de Middeleeuwen. Tijdens het zingen van het Veni Sancte Spiritus liet men een houten duif vanuit het gewelf in het kerkgebouw neerdalen, terwijl men intussen brandende vlaspluisjes, rozenblaadjes of rode papiersnippers over de aanwezigen liet neerdwarrelen. In Diest beeldden ze het nog realistischer uit: brandende eindjes touw of lapjes stof dwarrelden naar beneden. In de kathedraal van Luik gebruikten ze daarvoor poetskatoen. Maar een dergelijke werkelijkheidsgetrouwe uitstorting van vurige tongen liep beneden soms faliekant verkeerd af als je ze bijvoorbeeld op de kleren terechtkwamen. In Italië is men op het originele idee gekomen om een speelgoedduif met een vlam over een speciaal aangelegde rail van achter naar voren in de kerk te laten vliegen; daar is vuurwerk opgehangen dat ontploft.


Hoe dan ook, de duif is oorspronkelijk geen pinkstersymbool. Vanuit het verhaal van Jezus' doop werd zij er stilaan mee verbonden. Zodoende is de duif reeds lang het beeld bij uitstek om de Heilige Geest weer te geven, als teken van vrede, hoop en toekomst. Een gelukkige toekomst voor iedereen en een boodschap van nieuw leven.



Pinksterkroon

Een vorm van de pinkstervoorjaarsviering is het feest van de Pinksterkroon. Bij het lopen met de Pinksterbruid werd wel een met bloemen versierde krans of kroon boven het hoofd van de bruid gedragen. In sommige plaatsen werd ook een versierde krans opgehangen boven de straat. Degene die daar onderdoor liep moest tol betalen. Net als de Pinksterbloem en -bruid komt de Pinksterkroon nog incidenteel voor, vooral als georganiseerd kinderfeest.

 


Pinkstermelken
Vroeger kende men pinkstermelken. Jongens die 's morgens vroeg boeren tegenkwamen, vroegen hun om melk. De boeren gaven het bij wijze van een pinksteroffer, opdat het een goed melkjaar zou inluiden.
Een andere gewoonte was om een koe die 's morgens het laatst in de wei aankwam, voor een dag terug te sturen naar de stal. Dit luie dier zou de melkproductie negatief beïnvloeden. Dit verwijst indirect naar het gebruik van Luilak.