![]()
Hieronder de
uitleg over Franciscus van Assisi, Calvijn, Hemelvaart,
Pinksteren, de Stille Week en Pasen, Kerst en Advent:
ADVENT - tijd vol verwachting! Het grote feest voor de gemeente in de eerste eeuwen was vooral het Paasfeest. Later ontstond de behoefte om even uitgebreid stil te staan bij de geboorte van Jezus, die in de gemeente al bekend was als de gestorven, maar opgestane Heer. Pasen is dus een ouder feest dan Kerst en dat is aan de kalender ook te zien. Pasen "dwaalt" door onze kalender heen, maar Kerstmis is altijd keurig op een vaste datum. Net zoals het paasfeest een tijd van voorbereiding kende, gaf de gemeente ook aan Kerst een voorbereidingstijd mee: Advent. De gemeente kende daarvoor eigenlijk geen eigen liturgische "stof" en leende daarom de themas van palmzondag, de laatste zondag van de voorbereidingstijd voor Pasen. Je kunt daarom vrijwel alle Adventsliederen uit het Liedboek zo op palmzondag zingen!
|
SYMBOLEN IN ONZE KERK In onze kerken op de kansels, lezenaars, doopvonten en orgels in oude en nieuwe protestantse kerken komen verschillende christelijke symbolen voor. Welke symbolen zijn er in onze kerk in Harfsen en wat betekenen ze?
|
PINKSTEREN
| Op deze
vijftigste dag van Pasen, de laatste dag van de paastijd,
wordt herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de
apostelen. Deze geschiedenis wordt beschreven in het
Nieuwe Testament. Pinksteren is, op Pasen en Kerstmis na, de belangrijkste christelijke feestdag. Met Pinksteren wordt de paastijd afgesloten. De paastijd, zogeheten omdat Pasen, Hemelvaart en Pinksteren één heilsgebeuren vormen, neemt hier dus een einde. Op maandag na Pinksteren begint de zogenaamde groene tijd, dat wil zeggen de gewone zondagen door het jaar, die een voortzetting zijn van de epifanietijd. Met Pinksteren wordt er een nieuwe weg ingeslagen en staat alles in het teken van de Heilige Geest, de voortdurend voortstuwende kracht ten goede die zich in alle talen tot alle volkeren wendt. Tevens wordt de geboorte van de (katholieke) kerk herdacht. |
![]() |
![]() |
Bijbelse
achtergrond van Pinksteren Het Pinksterverhaal wordt beschreven in het Nieuwe Testament, De Handelingen der Apostelen.2:1-6.Wanneer de apostelen tijdens Sjavoeot (Wekenfeest) in een huis bijeen zijn, horen ze plotseling een geluid van een grote windvlaag en verschijnen er een soort vlammen die zich boven de hoofden van de aanwezigen verspreiden. De gelovigen worden met de Heilige Geest vervuld en beginnen buiten het huis op luide toon het evangelie in allerlei vreemde talen te verkondigen met als gevolg dat er een grote massa mensen afkomstig uit allerlei windstreken op hen afkomt. De apostel Petrus neemt vervolgens het woord en houdt een toespraak waarna er ongeveer drieduizend mensen zich bij hen aansluiten. |
| Lucas, de
auteur van de Handelingen, lijkt het pinkstergebeuren te
interpreteren als een nieuw Sinaïgebeuren, want ook in
het Oude Testament greep God in via wind, storm, gedruis,
vuur, donder en bliksem (Ex. 19). In de Handelingen is
het niet anders. God grijpt opnieuw in om zijn volk te
verzamelen, nu niet meer door de gave van de Wet, de tien
geboden, maar door de gave van zijn geest. En uit deze
gave wordt de kerk geboren. |
![]() |
![]() |
Op Pinksteren verspreidden zich tongen als van vuur over de apostelen. Deze begonnen daarop alle volken in hun eigen taal toe te spreken. Het betekende het begin van de verbreiding van het christendom. |
Vroegere generaties zijn er niet voor teruggedeinsd de uitstorting van de Heilige Geest bijvoorbeeld in de kerk uit te beelden door het neerlaten van een duif. Het gebruik stamt reeds uit de Middeleeuwen. Tijdens het zingen van het Veni Sancte Spiritus liet men een houten duif vanuit het gewelf in het kerkgebouw neerdalen, terwijl men intussen brandende vlaspluisjes, rozenblaadjes of rode papiersnippers over de aanwezigen liet neerdwarrelen. In Diest beeldden ze het nog realistischer uit: brandende eindjes touw of lapjes stof dwarrelden naar beneden. In de kathedraal van Luik gebruikten ze daarvoor poetskatoen. Maar een dergelijke werkelijkheidsgetrouwe uitstorting van vurige tongen liep beneden soms faliekant verkeerd af als je ze bijvoorbeeld op de kleren terechtkwamen. In Italië is men op het originele idee gekomen om een speelgoedduif met een vlam over een speciaal aangelegde rail van achter naar voren in de kerk te laten vliegen; daar is vuurwerk opgehangen dat ontploft. |
![]() Hoe dan ook, de duif is oorspronkelijk geen pinkstersymbool. Vanuit het verhaal van Jezus' doop werd zij er stilaan mee verbonden. Zodoende is de duif reeds lang het beeld bij uitstek om de Heilige Geest weer te geven, als teken van vrede, hoop en toekomst. Een gelukkige toekomst voor iedereen en een boodschap van nieuw leven. |
![]() |
Pinksterkroon Een vorm van de pinkstervoorjaarsviering is het feest van de Pinksterkroon. Bij het lopen met de Pinksterbruid werd wel een met bloemen versierde krans of kroon boven het hoofd van de bruid gedragen. In sommige plaatsen werd ook een versierde krans opgehangen boven de straat. Degene die daar onderdoor liep moest tol betalen. Net als de Pinksterbloem en -bruid komt de Pinksterkroon nog incidenteel voor, vooral als georganiseerd kinderfeest. |
Pinkstermelken Vroeger kende men pinkstermelken. Jongens die 's morgens vroeg boeren tegenkwamen, vroegen hun om melk. De boeren gaven het bij wijze van een pinksteroffer, opdat het een goed melkjaar zou inluiden. Een andere gewoonte was om een koe die 's morgens het laatst in de wei aankwam, voor een dag terug te sturen naar de stal. Dit luie dier zou de melkproductie negatief beïnvloeden. Dit verwijst indirect naar het gebruik van Luilak. |
![]() |
HEMELVAART
Op donderdag de veertigste dag na Pasen vieren we de hemelvaart van Jezus Christus. Het is de veertigste dag na zijn opstanding uit het graf en tien dagen voor Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest). Zoals er veertig dagen zitten tussen Aswoensdag en Pasen de zondagen niet meegerekend, zo zitten er ook veertig dagen tussen Jezus' herrijzenis met Pasen en Hemelvaartsdag, toen hij zich volgens de bijbel voor het laatst aan zijn volgelingen toonde. Ná Pasen tellen de zondagen wel gewoon mee. Tot de vierde eeuw na Christus was Hemelvaart geen apart feest. De herdenking van de hemelvaart van Christus naar zijn vader in de hemel was slechts een van de onderdelen van het Pinksterfeest, de vijftigste dag van de Paaskring. Hemelvaart werd dus gevierd op de vijftigste dag in plaats van de veertigste dag van Pasen. |
![]() |
In de vijfde eeuw werd Hemelvaartsdag een apart feest. In de middeleeuwen ontwikkelde het feest zich tot het afsluitende feest van de paasperiode. Pasen (Jezus' verrijzenis), Hemelvaart (Jezus' verheffing aan Gods rechterhand) en Pinksteren (nederdaling van de Heilige Geest) vormen een fundamentele eenheid. Verrijzenis, hemelvaart en zending van de Geest drukken een en hetzelfde heilsgebeuren uit. Om te voorkomen dat de kerk zou blijven hangen bij het Pinksterfeest en de uitstorting van de Heilige Geest, werd de eerste zondag ná Pinksteren de zondag van de Drie-eenheid: zondag Trinitatis. Jezus' leerlingen geloofden dat Jezus bij God was, gezeten aan Zijn rechterhand. In het toenmalige wereldbeeld was de hemel, de woning van God, boven de aarde. Als zij dus hun geloof dat Jezus bij God was wilden uitdrukken, dan moest Jezus naar 'boven'. Dit kon men zich niet anders voorstellen dan dat Hij door een wolk (in verschillende verhalen van het Oude Testament het symbool van Gods aanwezigheid) omhoog geheven werd. In het evangelie van Mattheüs wordt gesproken over de verheerlijking van Jezus, terwijl in het evangelie volgens Marcus, Lucas en Johannes er sprake is van Jezus' hemelvaart (of beter: zijn opneming ten hemel). Onderstaand fragment komt uit Handelingen 1:1-13 en is verantwoordelijk voor de huidige viering van Hemelvaartsdag: Na zijn [Jezus] lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen [de apostelen] over het koninkrijk van God. Toen [...] werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: "Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan." Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. |
![]() |
Het visiedocument van onze kerk in Harfsen is opgesteld met het verhaal van hemelvaart als uitgangspunt. De bijbehorende afbeelding laat zien dat Jezus na zijn verheffing voetsporen achterlaat, waarin wij onze eigen voeten kunnen zetten en om verder te gaan waar de weg van Jezus op aarde was geëindigd. De volledige tekst van dit visie-dokument is ook op deze site na te lezen bij VISIE. |
Op Hemelvaartsdag gaan nog steeds veel mensen er vroeg op uit om dauw te trappen. Ze maken dan een wandeling of gaan een eindje fietsen. Dit voert terug op een gebruik uit een ver verleden. Mensen stonden toen op Hemelvaartsdag om drie uur 's nachts op, wandelden met hun blote voeten door het gras, dansten en zongen. Van dit ritueel zou een magische en genezende werking uitgaan. In sommige streken wordt de activiteit ook wel 'hemelvaren' genoemd. Dit zou volgens het volksgeloof magische krachten geven. Onder andere zou het ouderdom bestrijden en huidaandoeningen genezen. Zo zou het een prima middel tegen zomersproeten zijn. |
![]() |
Het leven van
Franciscus van Assisi
Dierendag en Fransiscus van Assisi Het in Wenen bedachte dierendag wordt sindsdien op 4 oktober 1930 wereldwijd gevierd. Dierendag werd bedacht ter nagedachtenis van Fransiscus van Assisi. Tijdens een internationaal congres voor de bescherming van dieren in 1929 in Wenen bedacht men dierendag. De datum, 4 oktober, is de sterfdag van de in 1226 overleden Franciscus van Assisi. Hij gaf veel om het lot van zwervers, maar ook om het lief en leed van dieren. Volgens diverse legendes kon Assisi praten met dieren. Dierendag begon als een herdenkingsdag waarbij met name de verhouding tussen mensen en dieren werden belicht. Pas in de jaren 60 werd het commercieel uitgebuit en zijn de dierenrechten belangrijk geworden. |
Jeugd Franciscus wordt in 1181/2 geboren in Assisi als de zoon van een rijke koopman. Hij heeft een onbezorgde jeugd. Vaak is hij de aanvoerder van feesten met vrienden. Over geld hoeft hij zich nooit zorgen te maken. Er is meer dan voldoende voor een leven in luxe. Ridder Franciscus voelt er niet zo veel voor om zijn vader op te volgen in de zaak. Hij droomt ervan om ridder te worden. Daarom gaat hij vechten in de oorlog tegen Perugia in 1202. Assisi wordt echter al snel verslagen en Franciscus belandt in een gevangenis in Perugia. |
![]() |
![]() |
Weer
thuis Na een jaar wordt hij vrijgekocht door zijn vader en komt hij weer thuis. In de kerker is hij al ziek geworden en zijn gezondheid laat hem nog een tijdje in de steek. In deze tijd begint Franciscus steeds vaker na te denken over zijn leven en over God. Toch kiest Franciscus er nog een keer voor om ridder te worden. Het is 1205 als hij zich aansluit bij een expeditie tegen Apulië. Een beslissende droom in Spoleto Onderweg naar Apulië voelt Franciscus zich niet zo fit. In de buurt van Spoleto besluit hij even te gaan rusten. Dan krijgt hij een droom. Een stem zegt tegen hem, dat hij terug moet gaan naar Assisi. Daar zal hem duidelijk worden wat zijn werkelijke bestemming is. Franciscus geeft zijn kostbare wapenrusting weg en gaat terug naar huis. Daarna zal hij nooit weer wapens opnemen. |
De zoektocht Na terugkomst zoekt Franciscus naar zijn bestemming. Soms brengt hij dagen door in de eenzaamheid van de Monte Subasio vlakbij Assisi. Af en toe viert hij nog feesten met zijn vrienden. Steeds vaker denkt Franciscus over God. Dan vinden er twee belangrijke gebeurtenissen plaats. De ontmoeting met de melaatse Op een dag in 1205 rijdt Franciscus op zijn paard in de buurt van Assisi. Dan ziet hij een melaatse aankomen. Normaal zou hij hard weggereden zijn, maar nu stapt Franciscus van zijn paard af. Hij loopt naar de melaatse en kust zijn half weggerotte hand. Het maakt hem erg gelukkig en hij gaat zelf daarna ook geregeld melaatsen verzorgen. Deze gebeurtenis maakt grote indruk op Franciscus. Hij beschrijft het in zijn restament. Vanaf dat moment zal Franciscus altijd partij kiezen voor de zwakkeren en verdrukten in de maatschappij. |
![]() |
Het kruis van San Damiano Vlak na de ontmoeting met de melaatse gaat Franciscus geregeld bidden in het kerkje van San Damiano. Hij bidt voor het kruis (zie bij De geschriften van Franciscus, gebed voor het kruis). Hier hoort hij een stem die zegt: Ga, Franciscus, repareer mijn huis, want je ziet dat het op instorten staat. Franciscus neemt de opdracht die hij in San Damiano kreeg heel letterlijk. Hij begint met het herstellen van dit kerkje. Hiervoor heeft hij geld nodig. Daarvoor neemt hij dure stoffen uit de winkel van zijn vader en gaat naar Foligno. Daar verkoopt hij de stoffen en zijn paard. Zijn vader is woedend over de verkoop van de stoffen en het paard. Hij zegt dat het diefstal is en roept Franciscus op om voor het gerecht te verschijnen. Het proces vindt in 1206 plaats voor de bisschop. Als de aanklacht is voorgelezen, trekt Franciscus zijn kleren uit en terwijl hij het bundeltje kleding aan zijn vader geeft zegt hij: Voortaan zeg ik alleen nog, Onze Vader die in de hemel is, en niet meer vader Pietro di Bernardone. Franciscus doet afstand van alle bezit en ook zijn rechten op een erfenis. |
![]() |
Herstellen van kerkjes Na het proces gaat Franciscus eerst naar een vriend in Gubbio, maar hij keert snel terug om verder te werken aan het herstel van de kerk van San Damiano. Van 1206 tot 1208 herstelt hij ook de kerken Santa Maria degli Angeli en San Pietro della Spina, allebei vlakbij Assisi. Franciscus vindt zijn bestemming Begin 1208 hoort Franciscus op een dag het evangelie van de wegzending van de apostelen. De volgelingen van Jezus mogen geen goud en zilver bezitten, geen beurs, tas en stok meenemen onderweg en geen sandalen dragen. Nu weet Franciscus het. Hij trekt zijn sandalen uit, past zijn kleding aan en zal zich zijn leven lang verzetten tegen geld en bezit. |
De eerste broeders Op 16 april 1208 komen Bernardus van Quintavalle en Petrus Catani bij Franciscus. Bernardus is een rijk en geleerd man, Petrus is een rechtsgeleerde. Ze sluiten zich aan bij de leefwijze van Franciscus. Ze noemen zichzelf de boetelingen van Assisi. Een week later volgt Egidius en kort daarna volgen er meer mannen uit Assisi en omgeving. Als er twaalf broeders zijn besluiten ze naar Rome te gaan om de paus om goedkeuring te vragen voor hun manier van leven. Het is dan 1209. In die tijd waren er veel ketterse bewegingen. Franciscus wilde binnen de kerk blijven. De paus is verheugd dat er een groep broeders is die binnen de kerk de armoede willen beleven en de navolging van Christus in praktijk willen brengen. Het is het begin van de broederschap. Na terugkomst uit Rome gaan de broeders in een stal bij Rivotorto wonen. De omstandigheden zijn zeer primitief, maar de broeders zijn gelukkig en vol enthousiasme. Ze worden verjaagd uit de stal als op een dag een boer zijn ezel naar binnen stuurt. |
![]() |
De stigmata De gezondheid van Franciscus gaat steeds verder achteruit. In het Midden-Oosten heeft hij een oogkwaal en waarschijnlijk ook malaria opgelopen. In 1224 besluit hij naar La Verna, een berg ten noorden van Umbrië, te gaan. Op 14 september ontvangt Franciscus hier de stigmata, de wonden van het lijden van Jezus. Franciscus trekt in 1225 nog rond. Voor een behandeling van zijn oogziekte is hij een kluizenarij in het Rieti-dal. Ook verblijft hij een tijdje in San Damiano. Ondanks zijn ernstige ziekte en pijnen schrijft hij zijn prachtige Zonnelied. Het Zonnelied getuigt van een grote liefde voor de schepping. In 1226 treffen we Franciscus op diverse plaatsen aan. Zo is hij een tijdje in het bisschopspaleis in Assisi. Als Franciscus voelt dat de dood nadert vraagt hij of ze hem naar Portiuncula willen brengen. Hier dicteert Franciscus zijn testament. |
![]() |
![]() |
Zuster dood Franciscus sterft op zaterdagavond 3 oktober 1226 in Portiuncula. Zijn lichaam wordt naar Assisi gebracht. Eerst gaat men langs San Damiano zodat Clara Franciscus nog één keer kan zien. Franciscus wordt in de kerk San Giorgio begraven. Op 16 juli 1228 wordt Franciscus heilig verklaard. Direct daarna begint men met de bouw van de San Francesco in Assisi. Het lichaam van Franciscus wordt in mei 1230 naar deze kerk overgebracht. |
Wie was Calvijn? Predikant, reformator, zijn eigenlijke naam was Jean Cauvin. Aanvankelijk door zijn vader voor een kerkelijke loopbaan bestemd, liet deze hem na een conflict met de kerk rechten studeren. Calvijn studeerde onder andere in Parijs, Orléans en Bourges. Deze juridische studie kwam hem later te pas bij de organisatie van de kerk. Over zijn persoonlijke bekering en die tot de Reformatie, beide rond 1533/34, is weinig bekend, ook omdat Calvijn niet graag over zichzelf sprak. Vanwege de vervolging van protestanten moest Calvijn Frankrijk ontvluchten en belandde hij, onder andere via Basel, in 1536 in Genève, dat kort daarvoor tot de Reformatie overgegaan was. Op aandringen van de plaatselijke predikant Guillaume Farel werd Calvijn hier eerst prediker en daarna ook pastor. Vanwege een conflict met de raad van de stad over de zelfstandigheid van de kerk moest Calvijn Genève verlaten. Van 1538 tot 1541 was hij predikant van de Franstalige vluchtelingengemeente te Straatsburg. Op dringend verzoek van de raad van Genève keerde Calvijn naar die stad terug en hield zich daar tot aan zijn dood bezig met preken, pastoraat en onderwijs. De stad werd in deze jaren overspoeld met vluchtelingen uit vooral Frankrijk, met wie Calvijn zich sterk verbonden voelde. In Genève ondervond Calvijn veel tegenwerking van de overheid die moeite had met zijn streven naar een zelfstandig kerkelijk leven. Ook waren er allerlei theologische conflicten, bijvoorbeeld de affaire rond Michael Servet, die de leer van Gods drie-eenheid bestreed, en daarom in Genève gearresteerd werd en naar keizerlijk recht tot de brandstapel veroordeeld. Tevergeefs heeft Calvijn getracht Servet tot inkeer te brengen en de raad te bewegen tot een minder pijnlijke vorm van doodstraf. In zijn werk hield Calvijn voortdurend heel de Europese kerkelijke situatie voor ogen en probeerde hij vooral door zijn briefwisseling de eenheid van alle christusbelijders te bereiken. Met name zijn vaderland Frankrijk had daarbij zijn aandacht, waarbij Calvijn hoopte dat de Reformatie ook daar de overhand zou krijgen. Vanuit zijn oecumenische instelling nam Calvijn deel aan de godsdienstgesprekken die tussen reformatorische en katholieke woordvoerders gehouden werden. Ook met lutheranen en dopers zocht Calvijn naar een weg voor kerkelijke eenheid, waarbij hij het geloofsgesprek met deze groepen niet uit de weg ging. |
|
Het leven van Calvijn kenmerkte zich door vele tegenslagen en moeiten. Zijn kind stierf kort na de geboorte. Zijn vrouw stierf na acht jaren huwelijk. Verder kende Calvijn een uitermate zwakke gezondheid met als gevolg constante pijn en vermoeidheid. Daarbij bleef hij in Genève in feite altijd een vreemdeling. Pas tegen het einde van zijn leven werd hem het burgerrecht van die stad verleend. Calvijn heeft in Genève nooit die leidinggevende positie gehad die hem vaak is toegedicht. Hij was weliswaar de belangrijkste predikant, maar het beleid van de stad werd niet door hem maar door de burgerlijke overheden gemaakt. De in 1559 op initiatief van Calvijn opgerichte Academie was bestemd voor de opleiding van hen die aan kerk en samenleving leiding konden geven. Deze Academie is van grote betekenis geworden voor het gereformeerde protestantisme in Europa, omdat hier decennialang studenten uit allerlei landen werden opgeleid. Dat gold ook voor vele studenten en met name predikanten uit de Nederlanden. Van Calvijns werken heeft vooral zijn Institutie aandacht gekregen. Het succes van de Institutie als het belangrijkste werk over de geloofsleer uit de geschiedenis van het gereformeerde protestantisme is te verklaren uit de vorm en de inhoud. Als man van de tweede generatie wist Calvijn, naast de verwerking van de gegevens uit de bijbel en de kerkvaders, gebruik te maken van het werk van Luther, Melanchton, Zwingli en Bucer. Calvijn schreef de eerste versie van dit werk in 1536 als een handzaam catechetisch werk van beperkte omvang. In de loop der jaren groeide dit werk uit tot de omvangrijke editie van 1559 waarin alle bijbelse thema's worden behandeld. Calvijn bedoelde dit werk als een handleiding voor studenten, die hiermee beter de colleges konden volgen waarin de reformator de bijbel tekst voor tekst uitlegde. Veel omvangrijker is dan ook het commentaarwerk van Calvijn, dat zich kenmerkt door nauwkeurige uitleg. Het enige bijbelboek dat hij niet behandelde, was de Openbaring aan Johannes. In zijn kerkleer beklemtoonde Calvijn de noodzaak van kerkelijke eenheid. Beslissend was de verkondiging van het evangelie. Calvijn ging uit van vier ambten in de kerk (predikant, doctor, ouderling en diaken). Aan de reformatie van de liturgie heeft hij vooral bijgedragen door zijn inzet voor de gemeentezang en de psalmberijming. Fragmenten uit een artikel van Herman J. Selderhuis, vergenomen uit: Christelijke Encyclopedie (Kampen: Kok 2005). |
Wat is Calvinisme? Ontstaan als scheldwoord van Lutherse zijde aan het adres van de gereformeerde protestanten. Calvijn zelf nam afstand van de term omdat hij niet wilde dat een beweging die bijbels wilde zijn, de naam van een mens zou krijgen. Toch is de naam gebleven. Calvinisme staat inhoudelijk gelijk aan gereformeerd, waarbij naast de Schrift als de belangrijkste bron, de theologie van Calvijn fungeert als zelfstandige verwerking van het theologisch werk van met name de kerkvader Augustinus en Luther. |
![]() Maarten Luther (1483 - 1546) |
![]() Kerkvader Augustinus (354 - 430) |
| Het gezag
van de bijbel als bron en norm voor heel het leven, de
soevereiniteit van God en de verantwoordelijkheid van de
mens zijn daarin beslissende elementen. Het calvinisme was van begin af aan sterk internationaal georiënteerd en is dat steeds gebleven. Instrumenten in de verspreiding van het calvinisme waren vooral de door Calvijn opgerichte Academie in Genève en de universiteit van Heidelberg, waar theologen en juristen uit heel Europa geschoold werden. Zo heeft het calvinisme ook grote invloed in Oost-Europa gekregen. De sterke verbreiding die het calvinisme in Frankrijk kende, kon slechts met geweld worden tegengegaan. De calvinistische theologie heeft zijn uitwerking gekregen in een mens- en wereldbeeld dat van grote invloed is geweest op de westerse samenleving en sinds het midden van de vorige eeuw ook in het Oosten (Indonesië, Korea, Japan) begint door te werken. Het gedachtegoed van het calvinisme wordt verwoord in onder andere de Heidelberger Catechismus en de Dordtse Leerregels
Kenmerkend
voor het calvinisme is vooral de functie van de wet en de
openheid voor het aardse leven. In Calvijns denken heeft
de wet een blijvende betekenis en geldt als regel voor
het christelijke leven. Deze visie werkt zich in het
calvinisme naar verschillende kanten uit, bijvoorbeeld in
de aandacht voor een nauwgezette levenswandel, de inzet
voor barmhartigheid (Diaconaat), de bezinning op recht en
de vraag naar het recht van verzet van onderdanen tegen
overheden. |
|
|
PALMZONDAG ook wel Palmpasen: dit is de laatste zondag in de vastenperiode en het begin van de Goede Week. Op deze dag wordt de intocht van Jezus in Jeruzalem gevierd. De vele pelgrims, die vanwege Pesach, het joodse feest van de ongezuurde broden (ook wel joods Pasen genoemd) in de stad waren, verwelkomden Jezus met palmtakken. Volgens de evangeliën wist Jezus op dit moment al dat lijden en dood hem wachtten. De lezing in de Nieuwe Bijbelvertaling over de intocht: http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=marcus+11%3A1-11&id18=1&pos=0&l=nl&set=10 |
|
![]() |
PALMPASENSTOK: DE ENIGE ECHTE: Palmpasenstokken die de kinderen maken, zijn veelal voorzien van veel snoep. Een echte stok vertelt het verhaal van de Goede of Stille week, de periode van Palmzondag tot en met de Paasmorgen. De stok zelf heeft de vorm van een kruis. Aan de stok hangen dertig rozijnen, herinnerend aan de dertig zilverlingen, die Judas kreeg voor zijn verraad. Het zijn gedroogde druiven. Bij elke vorm van verraad zijn de druiven zuur. Maar er kan ook wijn van worden gemaakt. Het haantje bovenin is van brood gemaakt. Samen verwijzen brood en wijn naar het Laatste Avondmaal dat Jezus met zijn vrienden vierde. Dan zijn we op de Witte Donderdag.Vanouds hanger er ook veel pinda's aan de Palmpasenstok. Zij staan voor de mensen die de keuze moeten maken: laten we Jezus of Barabbas los. In al die pinda's zitten twee noten. Die verbeelden de keuze waarvoor wij mensen telkens weer staan. Keuzes tussen goed en kwaad, zin en onzin. De ringen vormen een krans, die verwijst naar de doornenkroon, die Jezus op het hoofd gedrukt kreeg. Een sinaasappel brengt de smaak van het zuur dat Hij te drinken kreeg in herinnering. En dan het haantje. De haan kraaide nadat Petrus drie keer gezegd dat hij Jezus niet kende. Maar niet alleen Petrus en Judas en de schreeuwende schare zijn tot verraad in staat.Het kan alle mensen betreffen. De ene dag: "Hosanna!", de volgende dag: "Kruisigt Hem!" Daarom dien je als je het goed wil doen je eigen haantje te maken, omdat je er nu eens wel iets, dan weer niets van bakt. Het haantje staat tenslotte voor de nieuwe Paasmorgen. En dat is feest. Daarom mag er zeker wel het nodige snoep bij komen. Want de haant vertelt van de overwinning op de dood. Een steeds weer nieuw begin! "De haan kraait dat de dag begint, het licht het duister overwint. Christus spreekt in het hart ons aan om tot het leven op te staan". (Gezang 371: 1) |
DE STILLE WEEK De laatste week van
de Veertigdagentijd heet de Goede Week, ook wel de Stille
Week genoemd. |
|
| WITTE
DONDERDAG Op deze donderdag voor Pasen wordt de laatste avondmaaltijd herdacht die Jezus met zijn twaalf discipelen hield. 's Nachts werd Jezus in de hof van Getsemané verraden door Judas Iskariot, één van zijn leerlingen. Judas leverde Jezus voor dertig 'zilverlingen' uit aan de joodse religieuze leiders in Jeruzalem. Zij beschuldigden Jezus van godslastering omdat hij zich Gods zoon noemde en in Gods naam zonden vergaf. Na de overval in de hof van Getsemané werd Jezus door de joodse hogepriester Kajafas verhoord en daarop door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus ter dood veroordeeld.
|
Op Witte Donderdag vindt 's avonds in de kerk het avondmaal plaats, waarbij brood en wijn gedeeld worden. Het brood verwijst naar Jezus' lichaam, de wijn naar het bloed dat Jezus offerde omwille van het heil van de mensen. Door het avondmaal wordt Jezus en zijn dood blijvend herdacht. Het laatste avondmaal van Jezus is niet zomaar een maaltijd, het is de vooravond van het Joodse Paasfeest (Pesach). Jezus en zijn vrienden denken aan hoe het joodse volk ooit door Mozes uit Egypte is bevrijd. Vóór dat de maaltijd begint maakt Jezus nogmaals duidelijk dat machtsverhoudingen, meesterschap en slavernij in zijn visie niet kunnen bestaan. Het gaat hem om dienstbaarheid aan elkaar, om broederschap, waarbij iedereen telt. Hij demonstreert dat op een bijzondere wijze. In plaats van de slaven gaat hij zelf op zijn knieën en wast de voeten van zijn leerlingen. Die kijken raar op, want Jezus was toch hun meester. Een meester die de dingen op z'n kop weet te zetten. Meesters worden helpers. |
GOEDE VRIJDAG De dag na Witte Donderdag is Goede Vrijdag. Op deze dag wordt in de kerkdienst de kruisiging van Jezus herdacht. De klokken luiden voor aanvang van de dienst niet, als teken van rouw. Goede Vrijdag wordt 'goed' genoemd omdat Christus' vrijwillige dood betekende dat God zich om het menselijk lijden bekommerde en het zelf op zich nam. Het christendom is met name gebaseerd op het leven en lijden én de opstanding uit de dood van Jezus Christus. De dag staat in het teken van droefheid. Maar bij alle rouw is er toch ook een beginnende vreugde om wat volbracht wordt. Dat blijkt ook uit de naam van de dag: 'Goede' Vrijdag. Het lijdensverhaal en de kruisverering vormen het middelpunt van de plechtigheden. In katholieke kerken wordt rond 3 uur in de midddag een "kruiswegstatie" gelopen, een omgang langs afbeeldingen van het vehaal van de marteling, het dragen van het kruis en de kruisiging van Christus. |
|
|
STILLE ZATERDAG Er wordt teruggekeken op het lijden en sterven van Jezus, en met name aan Jezus in het graf. Dit gebeurt in stilte. s Avonds, in de Paasviering, wordt in sommige kerken de overgang van de dood naar het leven gevierd. Er wordt een nieuwe paaskaars binnengebracht, als teken van het licht dat eraan komt. |
PASEN Pasen is de belangrijkste christelijke feestdag. Met Pasen vieren wij dat het leven sterker is dan de dood. Het leven wint het in de natuur van de verstarring van de winter. Overal bloeit in de lente het nieuwe leven op. De Joden vieren hun Pesachfeest, de viering van de uittocht uit de Egyptische slavernij. De Christenen hebben dit feest met het feest van de opstanding van Jezus verbonden. In Jezus´ opstanding overwint het leven niet alleen de verstarring van de winterse natuur, maar ook de dood, de grootste vijand van het leven. Wij vieren met Pasen niet alleen dat wij door de dood heen in Gods eeuwig leven zullen opstaan. Wij vieren ook dat wij hier en nu al mogen opstaan, uit het graf van onze angst en lethargie, dat alles wat dood en verstard is in ons, reeds hier en nu in nieuw leven veranderd wordt. Aan de dood en verrijzenis van Jezus Christus ontlenen alle sacramenten en alle overige vormen van lofprijzing en heiliging hun kracht. De Kerk leert dat de Verrijzenis van Jezus een eenmalig feit is, een machtig ingrijpen van God waardoor Jezus als Zoon Gods openbaar is geworden. De verrijzenis markeert het begin van een geheel nieuwe wereld, waarin de dood in beginsel overwonnen is. |
|
Een heel late Pasen! In 2011 was het wel heel laat Pasen: 24 en 25 april. Het kon bijna niet later. Ik zal u uitleggen hoe dat zit. Pasen is op de eerste zondag na de eerste Volle Maan na het begin van de lente. We moeten dus beginnen met het vaststellen wanneer de lente begint. Dan zoeken we de eerstvolgende Volle Maan. Die mag dus niet op dezelfde dag vallen! En tenslotte zoeken we de eerstvolgende zondag. En die mag ook weer niet vallen op Volle Maan. Wanneer het begin van de lente op vrijdag valt en Volle Maan de volgende dag, dan is Pasen op zijn vroegst zondag de 23e. En wanneer het begin van de lente een keer op 20 maart valt dan kan Pasen dus op de 22e maart vallen. Maar vroeger niet. Dit jaar begint de lente volgens de agenda op 21 maart s nachts om 21 minuten over 12. Omdat het op 19 maart Volle Maan was, duurt het een hele tijd voordat het weer Volle Maan is en wel op maandag 18 april. En de eerstvolgende zondag is dan 24 april. Dit betekent ook dat Hemelvaart (2 juni) en Pinksteren (12 en 13 juni) dit jaar ook heel laat vallen. |
|
Paastijd Met de viering van Paaszondag begint de vijftigdaagse Paastijd. Het is een blijde tijd, waarin de vreugde om de verrijzenis door blijft klinken. Via het feest van de Hemelvaart van de Heer, mondt de Paastijd na zeven weken uit in Pinksteren, het feest van de Heilige Geest. Pasen was vroeger ook een seizoensgebonden landbouwfeest. Het markeerde het begin van de lente en het einde van een tijd van schaarste, die heerstte als de voorraden van de winter opraakten. Veel paasgebruiken zijn afgeleid van dit niet-christelijke lentefeest, zoals het rapen van eieren. Pasen is niet elk jaar op de zelfde (zon)dag, maar op de eerste zondag die volgt op de volle maan na het begin van de lente. Pasen is ook een lentefeest. Na de koude winter waarin alle voedsel van het vorige jaar is opgegeten gaat de natuur opnieuw beginnen. Dieren krijgen jongen, bomen en bloemen gaan bloeien, kuikens komen uit hun ei.Het ei is een symbool van nieuw leven. |