| |
Dodenherdenking
4 mei.
Elk jaar op 4
mei organiseert de Oranjevereniging Harfsen-Kring van
Dorth een stille tocht naar het graf van Ynze Dikkerboom
en Christine van Heesch aan de Scheperweg. Bij het graf
worden bloemstukken gelegd en een passend gedicht of
verhaal voorgelezen. De laatste jaren wordt aan het graf
"The Last Post" geblazen waarna er twee minuten
stilte in acht worden genomen.
Ieder jaar nemen, naast vertegenwoordigers van de
gemeente Gorssel en Plaatselijk Belang Harfsen, gemiddeld
zo'n 150 mensen deel aan de tocht. Opvallend is dat er
ook steeds meer kinderen meelopen en lijkt het houden van
deze herdenking nog voor jaren gewaarborgd.
In het Gelders
Dagblad van 4 mei 2002 verscheen het relaas van de
gebeurtenissen van oktober '44.
Het Hol als
laatste rustplaats.
Een smal bospad
aan de Schepersweg in het buitengebied bij Harfsen leidt
naar een sober grafmonument. Twee vierkante stenen worden
omsloten door enkele kniehoge palen waaraan een ketting
is bevestigd. Daarachter staat een vlaggenmast.
Op de linkersteen staat: 'Ynze Dikkerboom geb. te
Oude-haske 10 aug. 1914 Gevallen 14 oct. 1944.' Op de
rechtersteen luidt het opschrift: 'Christine van Heesch
geb. te Arnhem 16 jan. 1915 Gevallen 14 oct. 1944.' Op
deze plaats, waar zij zich veilig waanden voor de
Duitsers, vonden Ynze en Christine de dood. Zij liggen er
nu samen begraven.
 |
Foto
gemaakt op 5 mei 2002.
Er liepen dit jaar ruim 100 mensen mee in de
stille tocht, terwijl zich op de Schepersweg ook
nog een 50 personen aansloten. |
Ynze werd
opgeroepen om voor de Duitsers te werken. Hij gooide alle
oproepen in de prullenbak, maar hij werd in 1942 toch
opgepakt en naar Duitsland gebracht. Zijn vader was een
aannemer in Friesland en Ynze vertelde de Duitsers dat
hij dringend naar huis moest om enkele zaken te regelen.
De Duitsers geloofden hem en Ynze kreeg een week verlof.
Na die week vertelde Ynze zijn ouders dat hij weer naar
Duitsland ging. Hij pakte echter de trein naar Zutphen,
waar zijn zuster Sytske woonde. Via via kwam Ynze op 10
februari terecht bij de familie Koeslag in Harfsen. Hij
werkte daar als boerenknecht, maar raakte ook betrokken
bij het verzetswerk. Hij bracht onder meer piloten naar
onderduikadressen in Zutphen, repareerde radio's en zocht
terreinen uit voor wapendroppings. Eind 1943 verhuisde
Ynze naar "Het Hol", een onderduikadres onder
de grond, gemaakt van delen van een werkkeet en een
kippenhok. H. Blankenberg, die op een naburige boerderij
woont en die Ynze nog heeft gekend, vertelt dat Ynze
vanuit "Het Hol" zijn verzetswerk wilde
voortzetten. Hij had daar een radio en munitie verborgen.
"Het Hol" was goed verstopt zelfs Duitsers die
daar vlak in de buurt jaagden zagen het niet.
Verraad
De Duitsers kwamen door verraad achter het bestaan van
"Het Hol". In de nacht van 13 op 14 oktober
1944 vertrokken zo'n zestig SS'ers en SD'ers vanuit
Deventer naar Harfsen. Het wemelde van de onderduikers
tussen Laren en Harfsen en de Duitsers wilden daar een
eind aan maken. Ze gingen eerst naar de boerderij van
Slagman. Ze roofden de boerderij leeg en staken deze in
brand. De bewoners en onderduikers werden meegevoerd.
Daarna gingen ze naar "Het Hol". Ynze wist van
hun komst. Zijn zuster Sytske werkte op het kadaster in
Zutphen. Daar werkte ook Christine van Heesch, die een
relatie kreeg met Ynze. Het verzet was op de hoogte van
de overval door de loslippigheid van een Duitse officier
tegenover een Nederlands meisje. Christine, die betrokken
was bij verzetswerk, haastte zich naar "Het
Hol" om Ynze te waarschuwen. Hij bleef echter omdat
hij dacht dat zijn schuilplaats onvindbaar was. Zijn
medebewoner Ap Nauta vluchtte echter wel. Christine bleef
bij Ynze. Zij trokken zich terug in het derde, geheime,
compartiment van hun schuilplaats. De Duitsers vonden
"Het Hol", maar niet de geheime schuilplaats
waar Ynze en Christine inmiddels de munitie en de radio
naar toe hadden gesleept.
De twee leken gered. Maar voordat de Duitsers weggingen
gooiden ze enkele handgranaten in de schuilplaats. Ynze
en Christine werden gedood. Ynze werd later gevonden met
zijn revolver in de hand, vastbesloten zich dood te
vechten. Hun schuilplaats werd hun laatste rustplaats,
waar elk jaar op 4 mei een herdenkingsplechtigheid plaats
heeft.
|